www.vsep.nl

Actueel

Erfelijke ziekte meestal geen beperking voor Overlijdensrisico verzekering


 

22 januari 2019 Bericht van Nationale Nederlanden

Een aanleg voor een erfelijke ziekte is meestal geen beperking om een overlijdensrisicoverzekering (ORV) af te kunnen sluiten . Soms is de premie hoger of uw klant kan zich korter verzekeren. Wat een belangrijke rol speelt, is om welke erfelijke ziekte het gaat en welke klachten er zijn.

Verzekerd kapitaal tot en met € 278.004,-?

Tot en met een verzekerd kapitaal van € 278.004,- (2019) vragen we niet naar erfelijke ziektes in de familie. Ook niet naar uitslagen van DNA-onderzoek.

Verzekerd kapitaal hoger dan € 278.004,-?

Wil uw klant meer dan € 278.004,- verzekeren? Dan vragen we naar onbehandelbare en behandelbare erfelijke ziektes in de familie. En ook naar uitkomsten van DNA-onderzoek. Soms stellen we aanvullende vragen en vragen we een medische keuring te laten doen. Maar dat hoeft niet altijd. We vragen nooit om DNA-onderzoek te laten doen.

Klachten en behandelingen altijd melden

Klachten of verschijnselen door een erfelijke ziekte moeten wel gemeld worden. Dit moet bij alle overlijdenrisicoverzekeringen. Ongeacht de hoogte van het verzekerd kapitaal. Als de klachten zich openbaren tijdens het afsluiten van de verzekering moet dit meteen aan ons doorgegeven worden.

Een hoge acceptatiegraad is belangrijk

Wel of niet geaccepteerd worden voor een ORV heeft invloed op belangrijke keuzes van uw klant. Bijvoorbeeld om een huis te kopen. Of om de overstap te maken van werknemer- naar zelfstandig ondernemerschap. We blijven daarom ook in 2019 werken aan het verhogen van de acceptatiegraad.

Wetswijziging Affectieschade

Onlangs heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen die de vergoeding van affectieschade, smartengeld voor nabestaande, per 1 januari 2019 regelt. Wetswijziging Affectieschade


In de oude situatie voor de wetswijziging mocht alleen het slachtoffer zelf smartengeld claimen. Wanneer er iemand overleed, was er geen mogelijkheid voor de nabestaanden om erkenning voor hun leed te krijgen in de vorm van een schadevergoeding. Wel bestond er voor de naasten de mogelijkheid om werkelijke kosten te claimen, bijvoorbeeld de kosten voor de verzorging van een naaste en de kosten van de begrafenis. In de nieuwe situatie krijgen de naasten van het slachtoffer de mogelijkheid om affectieschade te claimen. Naasten hebben vanaf 1 januari 2019 recht op een financiële vergoeding.

Wie kan er aanspraak maken op affectieschade?
Zoals hierboven genoemd is, gaat het bij affectieschade niet om het slachtoffer zelf, maar gaat het om de naasten van het slachtoffer. Slechts een beperkt aantal mensen kan aanspraak maken op affectieschade:  - Echtgenoten
- Geregistreerde partners of levensgezellen
- Ouders
- Kinderen
- Personen met wie het slachtoffer een zorgrelatie in gezinsverband heeft bijvoorbeeld pleegkinderen en stiefkinderen. Personen buiten deze kring kunnen geen aanspraak maken op vergoeding van affectieschade.

Wanneer kan er aanspraak op affectieschade worden gemaakt?
Er kan aanspraak op affectieschade worden gemaakt bij ernstig letsel of overlijden van het slachtoffer als gevolg van een ongeluk, geweldsmisdrijf of medische fout.   De wet is vanaf 1 januari 2019 in werking getreden. Het recht op vergoeding van affectieschade geldt alleen voor schadeveroorzakende gebeurtenissen die zich voordoen op of na 1 januari 2019. De vergoeding van affectieschade komt te liggen tussen de 12.500 en de 20.000

 

VZEP contact

Koperslagersgilde 40

3994 CJ Houten 

T 030-6046783

F 030-6051364

E info@vzep.nl

Wij werken samen met o.a. 
Neem geheel vrijblijvend contact met ons op.
Wij zijn u graag van dienst

Uw bericht is verzonden! bedankt

 

 

Zakelijk

 

 

Info links

 

 

Downloads